Het kabinet wil het zogeheten scheefwonen bestrijden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft daarom een wetsvoorstel gemaakt waarin de huurprijs meer stijgt voor huurders met een hoger inkomen. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft bezwaar tegen het wetsvoorstel. De privacy van huurders is namelijk niet voldoende beschermd.
Scheefwoners zijn huurders van wie het inkomen te hoog is in vergelijking met de huur van hun sociale huurwoning. Normaal stijgt de huurprijs van een woning elk jaar met een bepaald percentage, dat is gebaseerd op het inflatiepercentage. In het wetsvoorstel staat dat de huurprijs voor huurders met een huishoudinkomen van meer dan € 43.000 maximaal 5% extra stijgt.
De Belastingdienst geeft de inkomensgegevens van huurders door aan grote verhuurders van woningen. Kleine verhuurders (van tien of minder woningen) moeten zelf aan de huurders vragen naar hun inkomensgegevens en die van hun medebewoners.
Bezwaar CBP tegen wetsvoorstel aanpak scheefwonen
Het CBP heeft gekeken welke gevolgen de koppeling van de huurstijging aan het huishoudinkomen heeft voor de privacy van huurders. Het CBP heeft bezwaar tegen het wetsvoorstel om een aantal redenen.
Zo is het de vraag of er geen andere manieren zijn om scheefwonen te bestrijden, die minder ingrijpend zijn voor de privacy van huurders. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat mensen geen gegevens aan de Belastingdienst meer willen doorgeven omdat zij bang zijn dat hun gegevens voor andere doelen worden gebruikt.
Ook het feit dat huurders hun inkomensgegevens – en die van alle medebewoners, wat bijvoorbeeld ook niet-gezinsleden kunnen zijn – moeten doorgeven aan de verhuurder, is volgens het CBP een ernstige inmenging in hun privéleven.
Lees meer over het wetgevingsadvies van het CBP