Begeleid rijden geen inbreuk op privacy 

Terug naar overzicht

Begeleid rijden geen inbreuk op privacy 

29 maart 2011 

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M) wil een experiment starten met begeleid rijden. Jonge, beginnende bestuurders mogen daarbij alleen autorijden met een begeleider. Om te beoordelen of een begeleider geschikt is, moet het ministerie persoonlijke gegevens opvragen. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) oordeelt dat dit geen inbreuk is op de privacy.

Jongeren die hun rijbewijs net hebben, zijn vaak betrokken bij verkeersongelukken. Daarom wil het ministerie van I en M uitproberen of zij met begeleid rijden hun rijervaring kunnen vergroten. Zij mogen dan al op hun 17e verjaardag rijexamen doen, maar tot hun 18e mogen ze alleen autorijden met een begeleider erbij. Zij vragen een pas aan waarop de begeleiders staan vermeld. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), onderdeel van het ministerie, beoordeelt of de personen die zich aanmelden als begeleider hiervoor geschikt zijn.

Beoordeling van begeleiders
Begeleiders moeten voldoen aan een aantal wettelijke eisen. Zij mogen bijvoorbeeld niet veroordeeld zijn voor rijden onder invloed. De RDW controleert alle eisen met informatie uit twee databases: die van de RDW zelf en die van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Wijst het CBR iemand als begeleider af, dan krijgt de RDW niet de reden hiervoor te horen. Ook de jongere krijgt hier geen informatie over. 

Advies CBP begeleid rijden
Het CBP vindt dat de persoonlijke gegevens van de begeleiders op deze manier genoeg zijn beschermd. De RDW verwerkt namelijk niet meer persoonsgegevens dan nodig is. Wel wijst het CBP erop dat de RDW en het CBR voldoende beveiligingsmaatregelen moeten nemen bij het aanvraagproces voor de begeleiderspas. Dit gaat voor het grootste deel via internet.

Meer informatie over het advies van het CBP over het experiment begeleid rijden.