De mogelijkheden tot het vergaren en verspreiden van persoonsgegevens nemen door technische vernieuwingen in combinatie met het internet en al bestaande ICT explosief toe. Het CBP wijst in zijn jaarverslag over 2006 op de noodzaak om de gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer van ogenschijnlijk ‘waardenloze’ technische toepassingen in de publieke en de private sector te toetsen aan de waarden en normen zoals neergelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens. De bijna eindeloze positieve mogelijkheden die door de technische ontwikkelingen in het maatschappelijke verkeer ontstaan, hebben - jammer genoeg - ook een keerzijde. De bescherming van een ieders persoonlijke levensfeer kan daardoor immers in het gedrang komen. Aan de ene kant bestaat het risico dat burgers door de steeds verfijnder technieken en koppeling van databestanden niet meer onbespied door het leven kunnen gaan. Aan de andere kant breiden overheden uit veiligheidspolitieke overwegingen hun bevoegdheden om proactief grote hoeveelheden data over steeds grotere groepen burgers te verzamelen drastisch uit, zonder dat daarbij steeds nut en noodzaak van deze bevoegdheden overtuigend worden aangetoond. Deze twee tendensen dwingen privacytoezichthouders wereldwijd aandacht te vragen voor het - veelal onbedoeld - ontstaan van een bewakingssamenleving door de toenemende inzet van surveillance-achtige technieken.
Deze ontwikkeling doet zich op veel terreinen voor. In de verkorte versie van het Jaarverslag over 2006 wordt een indruk gegeven van de onderwerpen waarmee het CBP zich het afgelopen jaar in dat verband vooral heeft beziggehouden.