De Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) verplicht banken om de identiteit van hun cliënten vast te stellen. Een aantal banken bewaart kopieën of scans van de getoonde identiteitsbewijzen. Daarmee kunnen zij aantonen dat zij aan hun verplichting hebben voldaan. Zeker bij grote aantallen cliënten is het maken van een scan of kopie vrijwel de enige manier om de identificatie en de verzameling van de gegevens op efficiënte wijze vorm te geven.
Het CBP heeft onderzoek gedaan naar de uitvoering van deze identificatieplicht, mede naar aanleiding van vragen en klachten van burgers over de wijze waarop banken die plicht uitvoeren. Het gaat dan met name over het maken en vastleggen van kopieën en scans van identiteitsbewijzen. De bevoegdheid daartoe wordt niet in de wet genoemd.
Het scannen of kopiëren van identiteitsbewijzen is voor banken de minst belastende methode om aan hun verplichting te voldoen. Het CBP vindt dat de banken bij hun afweging om voor juist deze werkwijze te kiezen voldoende rekening hebben gehouden met de belangen van betrokkenen. De banken mogen de kopieën of scans niet voor andere doeleinden gebruiken.